Home Analyse Van Child Focus tot rechten voor slachtoffers: 8 dingen die we niet zouden kennen zonder de zaak-Dutroux
Analyse - augustus 16, 2021

Van Child Focus tot rechten voor slachtoffers: 8 dingen die we niet zouden kennen zonder de zaak-Dutroux

Van Child Focus tot rechten voor slachtoffers: 8 dingen die we niet zouden kennen zonder de zaak-Dutroux

1. De Cel Vermiste Personen Als je vandaag in het nieuws leest of hoort over een verdwijning, dan verwacht je meteen een interview met Alain Remue, het hoofd van de Cel Vermiste Personen. Het team van de federale politie wordt er nu steevast zo snel mogelijk bijgeroepen als iemand, en zeker een kind, verdwijnt. Dat was ooit anders. In 1995 bestond er weinig expertise met vermiste personen. Dat veranderde met de twee dubbele verdwijningen van Julie en Mélissa en An en Eefje. Toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck vroeg aan de Rijkswacht om een “Nationale Cel Verdwijningen” op te richten. Die kwam er in september 1995, onder leiding van Alain Remue. De cel, in 2001 omgedoopt tot de Cel Vermiste Personen, kreeg na de arrestatie van Dutroux eerst nog kritiek, omdat men dacht dat ze niet hard genoeg haar best had gedaan om Dutroux te vinden. Maar tegenwoordig oogst ze niks dan lof: de voorbije 26 jaar heeft de Cel al bijna 30.000 dossiers onderzocht, waarvan ze 97 procent kon oplossen. In het programma “De cel vermiste personen” op één vertelde speurder Guido Van Rillaer over hoe hij bij Marc Dutroux uitkwam in de zoektocht naar Laetitia, en over de kritiek die daarna volgde: Videospeler inladen… 2. Child Focus Een andere instelling die in 1996 nog niet bestond en die nu onmisbaar lijkt als er kinderen verdwijnen: Child Focus. De organisatie is opgericht op vraag van Jean-Denis Lejeune, de vader van de vermoorde Julie. Hij wist dat er in de Verenigde Staten een centrum bestond dat hielp om vermiste en misbruikte kinderen te zoeken. In 1998 kreeg ook ons land zo een organisatie, een samenwerking tussen de federale overheid en de Koning Boudewijnstichting. Sindsdien helpt Child Focus ouders van vermiste kinderen door affiches te verspreiden, informatie te verzamelen op een centraal telefoonnummer, of door hen emotioneel bij te staan. De organisatie strijdt ook tegen seksueel misbruik van kinderen, onder meer door websites met beelden van misbruik te onderzoeken. Beluister hier een gesprek met Heidi De Pauw van Child Focus uit “De ochtend” op Radio 1: Child Focus werd opgericht in de nasleep van de affaire Dutroux 3. Meer rechten voor slachtoffers Tot laat in de twintigste eeuw was er in het Belgische strafrecht nauwelijks aandacht voor het slachtoffer. Wie slachtoffer werd van een misdrijf kon een schadevergoeding vragen, maar had verder eigenlijk weinig inspraak in hoe het onderzoek werd gevoerd. Dat veranderde onder invloed van de zaak-Dutroux en de zaak-Bende van Nijvel. In 1998 kwam er de wet-Franchimont die slachtoffers meer rechten gaf. Zo konden ze voortaan vragen dat speurders bepaalde dingen zouden onderzoeken. Omdat de ouders van de ontvoerde en vermoorde kinderen er vaak heel alleen voor hadden gestaan, kwam er bij politie en justitie ook meer aandacht voor slachtofferonthaal. Er kwamen ook justitiehuizen, waar burgers vlot terecht zouden moeten kunnen met vragen en waar justitieassistenten praktische en morele steun bieden aan slachtoffers. Met de Witte Mars eisten honderdduizenden mensen hervormingen bij justitie en politie 4. Strafuitvoeringsrechtbanken Een van de mensen die het meeste kritiek kregen tijdens de zaak-Dutroux, was voormalig minister van Justitie Melchior Wathelet (PSC, het huidige cdH). Hij had in 1992 beslist dat Dutroux voorwaardelijk vrij mocht komen. Dutroux was in 1989 veroordeeld omdat hij minderjarige meisjes had ontvoerd en verkracht. Het parket gaf een negatief advies voor zijn vrijlating, maar andere instanties kwamen wel met een positief advies, en dus ondertekende minister Wathelet de voorwaardelijke vrijlating. Met de bekende gruwelijke gevolgen. Om dat te vermijden, kwamen er Commissies voor de Voorwaardelijke Invrijheidstelling, later opgevolgd door de strafuitvoeringsrechtbanken: speciale rechtbanken die oordelen of iemand die zijn of haar straf nog niet volledig heeft uitgezeten, voorwaardelijk kan vrijkomen. Dat moet het systeem eerlijker, transparanter en rechtszekerder maken. Bijkomend voordeel voor de politieke wereld is dat het voortaan niet meer de schuld van de minister is als een vrijgelaten gevangene gruweldaden begaat. Overigens duurt het nog tot 2014 voor slachtoffers inspraak krijgen voor de strafuitvoeringsrechtbank. Ronny Baudewijn, de advocaat van Dutroux, vond de oprichting van de strafuitvoeringsrechtbanken ook het belangrijkste gevolg, zo vertelde hij in “De ochtend” op Radio 1: 25 jaar geleden werd Marc Dutroux opgepakt: dubbelgesprek met de advocaten van Marc Dutroux en Eefje Lambrecks 5. De federale en lokale politie Het bekendste voorbeeld van wat de zaak-Dutroux veranderd heeft: de politiehervorming. Al decennia werkten gemeentepolitie, rijkswacht en gerechtelijke politie bij de parketten naast en soms ook tegen elkaar. Het woord “politieoorlog” viel al eens. Toen Dutroux gearresteerd werd, bleek dat hij geen onbekende was voor de rijkswacht. Die had hem zelfs geschaduwd en een huiszoeking bij hem gedaan na de verdwijning van Julie en Mélissa. Alleen had dat werk nergens toe geleid en was de informatie ook niet gedeeld met de speurders in Neufchâteau. De top van de politie mocht het komen uitleggen in het parlement, waar het slechte functioneren duidelijk naar boven kwam. Toch was er nog een – korte – ontsnapping van Dutroux in 1998 nodig voor er echt knopen werden doorgehakt. Acht partijen uit meerderheid en oppositie (behalve het toenmalige Vlaams Blok) sloten het zogenaamde Octopusakkoord, waarmee rijkswacht, gerechtelijke politie en gemeentepolitie werden samengevoegd in een geïntegreerde politie met twee niveaus: de lokale politie en de federale politie. Die hervorming wordt meestal positief beschouwd. Toch blijven er klachten komen over informatiedoorstroming, zoals in de aanloop naar de aanslagen van 2016. En dat er nog altijd concurrentie tussen politiediensten kan bestaan, is zichtbaar in de “war on drugs” in Antwerpen. Ook daar komen er berichten van spanning en concurrentie tussen de lokale recherche en de federale gerechtelijke politie. Dat de federale politie te weinig mensen en middelen heeft om de grote drugscriminaliteit aan te pakken, terwijl de lokale politie zowat alles heeft wat ze wil, maar zich alleen met de kleine straatdealers mag bezighouden. 6. Het federaal parket Zoals uit de soms ontluisterende hoorzittingen van de parlementaire onderzoekscommissie-Dutroux blijkt, kon niet alleen bij de politie de samenwerking beter. Ook bij de parketten liep het al eens mis. Een magistraat uit Charleroi die een verdachte voor zich kreeg, wist vaak niet dat die ook in Neufchâteau gezocht werd. Voor complexe dossiers van zware criminaliteit, die zich over verschillende arrondissementen uitstrekten, werd daarom in 2002 het federaal parket opgericht. Een parket dat zich niet alleen met terrorisme bezighoudt, maar ook met omkoping in het voetbal, seksueel misbruik in de Kerk, kaping van Belgische schepen en nog veel meer. Johan Delmulle, de eerste chef van het federaal parket in ons land BELGA/VERGULT 7. De Hoge Raad voor Justitie Was je rechter of procureur in de jaren tachtig? Dan had je de juiste partijkaart of kende je een politicus. Misschien een beetje kort door de bocht, maar ook niet zoveel. Het maakte dat er al eens mensen die eigenlijk niet bekwaam waren, het toch tot magistraat konden schoppen. Eén van de beloftes die premier Jean-Luc Dehaene (CVP) de ouders van de ontvoerde kinderen maakte, was dat er een einde zou komen aan de politieke benoemingen. Daarom kwam er in 1998 de Hoge Raad voor Justitie: een onafhankelijk orgaan waarin magistraten en burgers zitten. De Raad controleert de werking van het gerecht, organiseert toelatingsexamens voor magistraten en draagt de nieuwe rechters en parketmagistraten voor. Er wordt gefluisterd dat een politiek zetje nog altijd kan helpen voor de echte topfuncties. Maar tegelijk kunnen die leidinggevende magistraten tegenwoordig nog maar voor 2 termijnen aangesteld worden, en niet langer voor de rest van hun carrière, zoals vroeger het geval was. 8. Woordvoerders bij politie en justitie… en justitieverslaggeving op de VRT De zaak-Dutroux zorgde ook voor veranderingen in de verhouding tussen justitie en pers. Omdat de politiek beseft dat justitie beter moet leren te communiceren, wordt met de wet-Franchimont van 1998 ook bepaald dat er in elk parket perswoordvoerders moeten zijn, die correcte informatie moeten geven met oog voor het geheim van het onderzoek. Al blijft dat tot op vandaag niet zo evident: parketwoordvoerders en persrechters zijn vaak vrijwilligers, die de woordvoering bovenop hun gewone werk doen, en die niet allemaal op dezelfde manier communiceren. Al investeren sommige parketten de laatste jaren wel in professionelere woordvoerders. Tegelijk was de zaak-Dutroux ook voor de toenmalige nieuwsdienst van de openbare omroep een eye-opener, vertelt gerechtsjournalist Mark Morren, die de zaak al in 1996 volgde: “Het waren andere tijden, geen sociale media, een heel pril internet, de eerste gsm’s. Ook de VRT was gaan luisteren naar de persconferentie waarop procureur Bourlet vertelde over de arrestatie van Dutroux, maar onze man ter plaatse vond het een afknapper. Hij had gehoopt op de ontknoping van de moord op André Cools en wat kreeg hij ? Een verdwenen meisje in Bertrix. Daar deden we niet aan bij de VRT, onze biotoop was de Wetstraat, het Midden-Oosten en de oorlog in het uiteengevallen Joegoslavië. We hadden amper aandacht gehad voor de verdwijning van Laetitia, evenmin van Sabine of Julie en Mélissa en zelfs niet van An en Eefje aan zee. Ook niet voor de oproepen van de vertwijfelde ouders, de zoektochten of het stokkende speurwerk, het was niet besteed aan de openbare omroep. ” Ook dat is intussen veranderd. De VRT heeft in 1996 ontdekt dat  gerechtelijk nieuws erg relevant kan zijn. En dat het, zoals bij de zaak-Dutroux, onze samenleving grondig overhoop kan gooien en ingrijpend kan veranderen. Hoe hebben gerechtsjournalisten Caroline Van den Berghe en Leo Stoops de zaak-Dutroux beleefd? Beluister het hier in deze podcast: Podcast: 25 jaar verder: Dutroux

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *