Home Binnenland Te droog, te veel mos of vieze beestjes in je gazon? Tuinexpert buigt zich over de meest voorkomende gazonproblemen
Binnenland - april 25, 2021

Te droog, te veel mos of vieze beestjes in je gazon? Tuinexpert buigt zich over de meest voorkomende gazonproblemen

Te droog, te veel mos of vieze beestjes in je gazon? Tuinexpert buigt zich over de meest voorkomende gazonproblemen

Te droog, te nat, te veel mos, te veel bloemen, kale plekken. Veel luisteraars van De Inspecteur hebben een gazon die er niet mooi bijligt. Dat blijkt uit de vele foto’s die er worden doorgestuurd via de app van Radio 2. Videospeler inladen… “Maar alles begint altijd bij meten. Doe een bodemonderzoek om vast te stellen hoe het met de grond gesteld is. Pas dan weet je wat je moet aanpakken.”  Hoe meet je de kwaliteit van je bodem?  Meten is weten, en dus is de eerste tip om een bodemonderzoek uit te voeren. Dat kan je zelf doen aan de hand van tuindoosjes, van de vzw Bodemkundige dienst van België. Het principe? Je neemt een bodemstaal en stuurt dat op, waarna je een verslag krijgt met indicaties hoe je bodem eraan toe is. “Een bodemonderzoek controleert de zuurwaarde, het type grond en de koolstofwaarde en analyseert de voedingselementen.” De resultaten moet je zelf interpreteren, maar volgens Collet is dat kinderspel. “Aan de hand van kleurenschalen kun je zien van welke stof er te veel of te weinig aanwezig is in de bodem. Je zult zien dat het vaak zal gaan om overschotten, en niet om tekorten.” Als je bodem toch tekorten heeft, kun je die op basis van het verslag gericht aanvullen. “Heb je bijvoorbeeld een tekort aan magnesium, dan kun je specifiek die meststof gaan halen in het tuincentrum. We zijn onze privétuinen collectief aan het overbemesten, als je gericht bemest, kun je veel besparen.” Het onderzoek kost 79 euro, maar er zijn volgens Collet ook gratis manieren om te kijken hoe het gesteld is met de kwaliteit van je bodem.  De wrijftest: Hoe donker der de grond, hoe hoger het koolstofgehalte. Neem een hand aarde en wrijf ze goed open in je hand. Als je je hand afklopt en je hij blijft zwart, dan heb je een gezonde, koolstofgebonden grond. Zien je handen bruin, dan is de bodem koolstofarm. De frietentest: Steek een spade (of nog beter een spitvork) in de grond. Schep de aarde op en schud ze zoals je dat met frieten doet. Als de aarde mooi verkruimelt, dan heb je een goeie bodemstructuur. Valt de aarde uiteen in heel kleine korrels, of net in heel grote brokken, dan duidt dat op een te laag organisch gehalte. De gazonpunctie: De diepte van de wortel zegt ook iets over structuur. Bij een grasmat zouden de wortels ongeveer 20 à 25 cm diep moeten zitten. Stop daarom een klein buisje in de grond en schud de grond eruit. Zie je nog wortels zitten op die diepte, dan zit de bodemstructuur goed. Zie je er geen, dan heb je te weinig bodemstructuur. Vaak volstaat het al om de kwaliteit van je bodemstructuur te verbeteren. “Dat kan door te verticuteren, door lucht in de bodem te brengen met een doorprikmachine of door compost te strooien in het najaar. Compost is goud in de tuin”, zegt Collet. “Het verbetert de structuur van je bodem en zorgt ook voor extra voedingsstoffen.” Compost is goud in de tuin Compost kun je makkelijk zelf maken en is eenvoudig aan te brengen: “Strooi in het najaar, rond de maand november, een laagje van ongeveer 1 centimeter over je gras uit. Als je dat een jaar of drie na elkaar doet, zul je effect zien.” Wel belangrijk: maai je je gazon met een robotmaaier of een andere mulchmaaier? Dan hoef je geen extra voeding te voorzien. “Het gras dat blijft liggen bevat voedingsstoffen, die terug aan het gazon gegeven worden. Zo is de kringloop is gesloten en hoef je niet extra te bemesten. Maar maai je gras ook niet te kort”, zegt Collet. Maai je gras niet te kort  Collet roept wel op om voorzichtig te zijn met bemesten. “Dat kan leiden tot een verarming van de bodem of ervoor zorgen dat je geen water meer doorlaat.” Hoe dat komt? In veel meststoffen zit stikstof. “Een belangrijk basiselement voor een gezonde bodem, maar in Vlaanderen hebben we er sowieso al veel van in de bodem. Overdreven stikstofgebruik zorgt dat er minder leven in de bodem is.” Gras sterker maken doe je volgens Collet dus niet per se met stikstof. “Je zult veel meer bereiken met een samengestelde meststof van fosfor, en vooral kalium en magnesium. Dat laatste zorgt ervoor dat de grasplant niet harder gaat groeien maar wel groener wordt, omdat magnesium de fotosynthese bevordert.” Nog zo’n fabel: in maart moet je kalk strooien. “Ook daar doe je vaak meer kwaad mee dan goed. Uit de cijfers van de Bodemkundige Dienst van België blijkt dat Vlaanderen vandaag meer en meer kampt met een te kalkrijke bodem.” Wanneer Collet de risico’s van bekalken uitlegt aan zijn studenten, vergelijkt hij het met uitgaan: “Je neemt vooraf ook geen pijnstiller omdat je denkt dat je de dag erna een kater zal hebben. Met kalk is het volgens net zo.” Ook voor kalk geldt dus ‘meten is weten’. “Strooi het niet zomaar blindelings. Eerst moet je weten hoeveel je gazon nodig heeft. Want als je er teveel van strooit, is het heel moeilijk om dat achteraf terug te draaien.” We zetten nog een paar specifieke problemen op een rij:  Probleem 1: “Ik heb meer mos dan gras” Veel luisteraars sturen foto’s door van hun grasmat die er in eerste opzicht wel groen uitziet, maar wie beter kijkt ziet dat er tussen de grassprieten veel mos zit. Mos heeft meestal te maken met de bodemstructuur die niet goed is, legt Wim Collet uit. “De bodem is te dicht. Je moet luchtgaatjes maken in de grond. Daarvoor huur je best een apparaat.” Probleem 2: “Mijn nieuwe grasmat groeit niet” André Lega zit met de handen in het haar: “Mijn gras is op vijf jaar al vier keer heraangelegd. Maar door de droogte gaat het iedere keer opnieuw kapot.” Volgens Wim moet je de grond vooraf goed laten ademen. “Wanneer gras opnieuw wordt aangelegd, wordt de grond soms te fijn gemalen. En dan kunnen de wortels niet goed aarden.” Daarnaast kan je ook compost toevoegen. Probleem 3: “Ik heb last van beestjes” Francine deed deze week een onaangename ontdekking toen ze haar gazon aan het omspitten was. “De hele bodem zit vol engerlingen. Wat kunnen wij doen om opnieuw een mooi gazon te krijgen?” Archiefbeeld: engerling © Zoonar.com/Alfred Hofer – creative.belgaimage.be “Engerlingen zijn larven van meikevers. Dat heeft niks te maken met de kwaliteit van je bodem. Die kunnen in elke gazon terecht komen.” Maar volgens Wim is er een simpele en ecologische oplossing. “Je moet de natuurlijke vijand van de engerlingen inzetten. Dat is een larve die je op je gazon strooit en die de larven van de meikevers gaat opeten.” Je doet dit best in het tussenseizoen, wanneer het niet te koud of te warm is. Probleem 4: “Er staan te veel bloemen in mijn gras” Marijke stuurt een foto door van haar grasmat die meer op een bloemenweide lijkt. “Mijn gazon is 25 jaar oud, er is op gevoetbald, er hebben tenten op gestaan. Momenteel is er weinig gras maar vooral veel bloemen, nochtans ik bemest en maai zeer weinig.” Archiefbeeld: klaver © Zoonar.com/Sergey Krotov – creative.belgaimage.be Het komt volgens Wim Collet altijd neer op een goede bodemstructuur. “Wil je een gesloten gazon, dan moet je werken aan een goede bodembalans. Want dan sluiten de grassprieten goed aan en krijgen bloemen geen kans.” Probleem 5: “Ik heb schade aan mijn gras door een zwembad of tent” Veerle Emmerechts uit Meise heeft in het verleden een zwembad op haar gras gezet. “Er heeft wel altijd zand onder gelegen, maar toch blijf je de cirkel zien.” Ze vraagt zich af wat ze moet doen om die lelijke cirkel uit het gazon te krijgen. “We vergeten soms gazon uit planten bestaat. Het heeft zonlicht nodig om te leven. Als er te lang iets opstaat, een zwembad of een tent, dan gaat het dood.” legt Wim uit. “Ook de bodem eronder is dood, dus je moet echt 35 cm diep omspitten. En dan compost toevoegen.” © FLPA/Marcus Webb – creative.belgaimage.be Compost is een heel goedkoop en natuurlijk product. “Je kan zelf ook een composthoop in je tuin maken. De kwaliteit van je eigen compost kan je makkelijk controleren. Hij moet goed kruimelen en niet zuur ruiken.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *