Home Politiek 25 gezinnen moeten sociale woning in Lier verlaten, omdat ze ook vermogen hebben in het buitenland
Politiek - maart 31, 2021

25 gezinnen moeten sociale woning in Lier verlaten, omdat ze ook vermogen hebben in het buitenland

25 gezinnen moeten sociale woning in Lier verlaten, omdat ze ook vermogen hebben in het buitenland

Oude koppels die nu plots hun sociale woning moeten verlaten. Families waar de boete van enkele tienduizenden euro’s verdeeld zal moeten worden over verscheidene generaties. Sommigen verkassen mogelijk definitief naar hun vastgoed in Turkije, in plaats van zich hier op de dure privé-huurmarkt te begeven. Anderen zullen mogelijk het buitenlandse vastgoed moeten verkopen om de boete te kunnen betalen. Bij de Turkse gemeenschap hoor je veel bezorgde geluiden, nu 25 gezinnen hun sociale woning moeten verlaten. Anderen menen dat wie zijn gat verbrandt, maar op de blaren moet gaan zitten.  De vaststelling blijft: deze sociale huurders zijn in overtreding. Wie een sociale woning huurt, mag geen vastgoed bezitten. Niet in ons land, niet in het buitenland. Dat staat in de Vlaamse wetgeving. De Lierse Maatschappij voor de Huisvesting wou het buitenlands vermogen van sommige huurders onderzoeken en schakelde daar een gespecialiseerd Nederlands onderzoeksbureau voor in.  De maatschappij gaf 59 namen door aan het onderzoeksbureau, daarbij huurders uit Slovakije, Georgië, Polen, Spanje, Marokko, Dominicaanse Republiek en Turkije. Niet alle resultaten zijn al binnen (9 onderzoeken lopen nog), maar 25 cases zijn al “positief”. Dat betekent dat er vermogen ontdekt is. Dat gaat van bouwgronden, over appartementen tot huizen. Daarnaast zijn er ook vijf die een “beperkt vermogen” hebben. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze samen met anderen een huis of appartement hebben door een erfenis. Zij krijgen nu 1 jaar de tijd om dat vastgoed te verkopen.  Bekijk de analyse van Stef Meerbergen in “Het Journaal” (lees eronder verder): Videospeler inladen… Buitenlands vermogen moeten we even goed kunnen onderzoeken als binnenlands vermogen Marc Vanden Eynde Directeur Marc Vanden Eynde beseft dat het onderzoek hard aankomt bij sommige huurders, maar volgens hem is het een kwestie van rechtvaardigheid. Buitenlands vermogen moeten we even goed kunnen onderzoeken als binnenlands vermogen, zegt hij. “Wij hebben als huisvestingsmaatschappij de betrokken huurders verwittigd. Wij hebben hen in augustus al een brief gestuurd met daarin de boodschap dat we een onderzoek zouden voeren én met het voorstel voor een minnelijke schikking. Geen enkele huurder is daarop ingegaan.” Boete tot 35.000 euro Huurders krijgen niet alleen hun opzeg, maar ook een forse boete. Bij sommigen loopt die op tot 35.000 euro. Dat bedrag is de terugbetaling van de korting die de betrokken huurders hebben gekregen de voorbije jaren, korting waar ze dus eigenlijk geen recht op hadden.  Samenleving Sociale woning huren én woning hebben in buitenland, dat mag niet: Vlaamse regering voert strijd tegen fraude op vr 11 dec 2020 11:55 Het thema is delicaat. Betrokkenen geven toe dat dit sociale fraude is, maar dat een heksenjacht wel om de hoek loert. Waarom mag een huurder geen huis bezitten, maar mag hij wel een dure auto voor zijn deur hebben staan of pakweg 200.000 euro op zijn bankrekening? De Vlaamse Regering heeft er heel wat voor over om het buitenlands vermogen actiever te gaan controleren. Minister Diependaele (N-VA) zal jaarlijks 5 miljoen uittrekken om sociale huisvestingsmaatschappijen te ondersteunen in dit soort onderzoek.  Meer nog: er mogen vijf gespecialiseerde onderzoeksbureaus ingeschakeld worden, die in 41 landen onderzoek mogen doen. Diependaele wil dat zo’n onderzoek gemakkelijk gestart kan worden. “Huisvestingsmaatschappijen moeten op een gemakkelijke manier in een onderzoek kunnen stappen en worden daarvoor ook financieel ondersteund. Er is geen enkele reden waarom ze dit onderzoek niet zouden laten doen.” Houden die onderzoeken juridisch stand? Tot dusver wel. De huisvestingsmaatschappijen in Antwerpen en Hamme zijn pioniers. Zij hebben elk al wat onderzoek gevoerd en hebben in eerste aanleg én in beroep gelijk gekregen van de rechter. Zowel wat betreft privacy als wat betreft discriminatie – twee heikele aspecten aan dit soort onderzoek – is er volgens de rechtspraak tot dusver niets aan de hand.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *