1 miljoen. Zoveel woningen moeten er in ons land tot 2050 worden bijgebouwd om het prangende woningtekort op te lossen. Een enorme opgave die de samenleving en de economie raakt.

Je vergeet het soms, maar deze opgave wordt nog lastiger door die andere wereldwijde opgave: omgaan met klimaatverandering. Door de temperatuurstijging stijgt de zeespiegel de komende decennia. Ook het weer wordt extremer – meer neerslag, hitte, droogte – en vooral in West- en Noord-Nederland daalt de bodem. Het gevolg: om straks veilig te wonen heb je meer bescherming nodig.

Deltacommissaris Peter Glas waarschuwt dat maar liefst 820.000 nieuwbouwwoningen gepland staan op slappe, zettingsgevoelige of natte gronden en op overstroombaar gebied, buitendijks dan wel binnendijks. Woningnood meets klimaatverandering. Wat nu?

Het rapport waar de Deltacommissaris zich op baseert, adviseert bij nieuwe investeringen in woningbouw direct klimaatadaptief te denken. Over het hoe. Doe je dat niet, dan wordt de financiële schade later groter. Daarnaast zullen regionale economische en maatschappelijke activiteiten verdwijnen.

Deze economische invalshoek is belangrijk. Er zullen negatieve externe effecten optreden, namelijk extra kosten voor de omgeving. Door (de kans op) onbewoonbare of beschadigde woningen, zullen mensen minder sociale en economische activiteiten in de omgeving ontplooien of wegtrekken. Die klimaatschade van straks komt niet alleen op het bordje van de nieuwbouwbewoners.

,

Daarbij is er een kans dat die de nieuwbouwwoningen hun volledige levensduur niet kunnen volmaken. Kapitaalvernietiging dus. Het is daarom slim om in het totaalontwerp al flexibiliteit en aanpasbaarheid te verwerken. Anders kunnen die nieuwbouw en hun omgevingen mogelijk niet meer meebewegen met onvoorziene klimaatontwikkelingen of wordt dat onnodig duur of complex.

Plus, waar willen we bouwen? De Nederlandse ruimte is beperkt en de woningnood is hoog. Daarom wordt bij locatiekeuzes tot nu toe eigenlijk te weinig rekening gehouden met de lange termijngevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, en met de kenmerken van het bodem- en watersysteem. Wie dan leeft wie dan zorgt. Daarbij: wij zijn het land van het Deltaplan. Uiteindelijk zal de overheid ons redden met publieke goederen als dijken, waterkeringen en waterbergingen.

Doet de overheid dit toch wat te laat, dan blijkt dat er gebouwd is op plekken die daar eigenlijk niet echt geschikt voor zijn. Bijvoorbeeld op slappe gronden, in de diepste delen van polders, in buitendijks gebied of in kwetsbare delen van beekdalen. Waarschijnlijk zijn dat ook juist plekken die de overheid gaat aanwijzen voor waterbergingen of dijkversterkingen. Lees: die nieuwbouw moet dan weer worden gesloopt.

De investeringskosten voor een klimaatbestendige inrichting van Nederland zullen op een kritieker moment straks veel hoger zijn dan nu. Als we niet vooruitdenken en acteren, vindt in feite een afwenteling plaats van klimaatkosten naar volgende generaties. Daarbij verdienen deze investeringen zich dubbel en dwars terug. Het is het waard om voor te lenen.

Wie wil er straks onder water wonen? Zonder veiligheidsgarantie geen mens. De kernvraag is: pakken we het grootste deel van de aankomende kosten door klimaatverandering nu al? Of stellen we het betalen van de oplopende rekening uit naar de toekomst? Het neerzetten van deze 820.000 woningen is niet alleen een veiligheidskwestie, maar ook een macro-economisch- én een generatievraagstuk.

,