Corona is terug en daarmee ook de steunmaatregelen. In de kamerbrief van 26 november kondigt het kabinet de NOW-5 aan.

Maar hebben we dat steunpakket eigenlijk wel nodig? Nieuwe inkomensondersteuning voor bedrijven is misschien sociaal wenselijk, maar vanuit macro-economisch perspectief niet.

Nederland heeft momenteel een dusdanig groot tekort aan arbeidskrachten dat het de productie en de groei schaadt. Zo’n 14 procent van de vacatures is onvervulbaar, zo laat onze indicator zien. Ook in de beroepen waar normaliter voldoende mensen te vinden zijn, is het vervullen van nieuwe vacatures lastig.

De koffiezaak bij mij om de hoek is om 3 uur dicht, vanwege personeelstekort. Nou was ik sowieso al van plan om mijn koffieconsumptie na 3 uur te staken, maar het is toch vervelend voor ze. Die koffiezaak die redt het wel, alle omwonenden werken thuis en komen regelmatig langs.

Dit soort problemen zijn nog vervelender voor al die bedrijven die aan het einde van het jaar nog wat goed willen maken qua omzet. Producten zijn ingekocht, ze mogen open tot 5, de consument wil besteden, maar er moet ook nog iemand zijn om achter de kassa te staan.

Zoals ik in mijn vorige column al schreef: in Nederland zijn arbeidstekorten voor de industrie en de dienstensector de grootste belemmering voor het opschalen van de productiecapaciteit.

Nu kan een personeelstekort de investeringen aanwakkeren. Als ondernemers een tekort aan personeel ervaren zoeken ze tenslotte alternatieven. Bovendien is geld lenen goedkoop (lees: de rente is laag) en is er een veelvoud aan technologie voorhanden. Kijk bijvoorbeeld naar de QR-code op het terras, weer een ober minder nodig. Kortom, theoretisch gezien zouden ondernemers flink moeten investeren in arbeidsvervangende technologie.

Tot nu toe loopt het nog niet zo’n vaart met dit soort investeringen. In het afgelopen kwartaal daalden de investeringen zelfs in plaats van dat deze stegen. Daar zijn verschillende redenen voor te noemen: waaronder de verstoringen in internationale aanvoerlijnen van bijvoorbeeld chips en duurdere grondstoffen.

Maar ook hier spelen arbeidstekorten een rol. Er moet tenslotte wel iemand zijn die de arbeidsvervangende investering komt plaatsen, onderhouden en eventueel monitoren. En juist aan dat soort technici is de behoefte het grootst

,

De nieuwe steunmaatregelen bevriezen opnieuw de arbeidsmarkt. De dynamiek, dus het aantal baanwisselaars, zal weer dalen. Sommige werknemers zitten volledig doorbetaald thuis, terwijl ondernemers juist dicht moeten vanwege een tekort aan personeel.

Recent is er een tweede argument bij gekomen om de loonsteun niet voort te zetten: inflatie. Afgelopen maand steeg de inflatie naar 5,2 procent. Dat betekent dat voor iedereen waarvan het loon niet omhoog is gegaan, de koopkracht flink is gedaald.

Een van de oorzaken van de hoge inflatie is het genereuze steunpakket. Doordat inkomens op peil zijn gehouden tijdens de coronacrisis, en mensen minder konden uitgeven vanwege de restricties, is er een enorm spaaroverschot ontstaan. Dit spaaroverschot heeft gezorgd voor een grote vraagimpuls na de heropening van de economie en is daarmee mede verantwoordelijk voor de hoge inflatie die we nu zien. Het aanbod – mede dankzij de verstoringen in internationale aanvoerlijnen – kon deze inhaalvraag niet aan.

Vanuit dat perspectief zou het niet zo erg zijn als inkomen – en dus de vraag – iets minder wordt aangewakkerd door de overheid. Natuurlijk, voor elk individueel geval is een ontslag vanwege corona verschrikkelijk, maar de arbeidsmarktvooruitzichten zijn nog nooit zo goed geweest. Verdere loonsteun jaagt de inflatie op en holt daarmee de koopkracht van iedereen uit.  

Het CPB zei eerder al dat naarmate de crisis langer duurt, de kosten van het generieke beleid toenemen en de baten af. De vraag is momenteel of de baten überhaupt nog tegen de kosten opwegen.

LEAVE A REPLY

Please enter your comment!
Please enter your name here